Soms komt er iemand binnen in mijn praktijk met een glimlach die net iets te strak staat. Ze zeggen: “Het gaat wel hoor.” Maar het lichaam zegt iets anders.
Moeheid. Spanning. Kort lontje. Geen rust meer in het hoofd. Geen ademruimte.
En dan die ene zin die ik zó vaak hoor: “Ik heb het pas door als het al te laat is.”
Het is alsof hun binnenwereld hen al lang iets wil zeggen, maar ze de taal vergeten zijn. Een taal die fluistert: “Tot hier. Niet verder.” Een taal die ze ooit hebben afgeleerd. Omdat ze geleerd hebben om flink te zijn. Aardig. Efficiënt. Aanwezig. Braaf. Of onzichtbaar.
Grenzen? Die zijn voor anderen
Veel mensen met ADD of ADHD vertellen me dat grenzen voelen lastig is. Niet omdat ze het niet kunnen, maar omdat ze zichzelf zijn gaan overslaan.
Ze voelen zich snel te veel. Of net te weinig. Ze zeggen ja, terwijl alles in hun lijf “nee” roept. Of ze blijven geven, tot de emmer overloopt.
Ze denken dat grenzen streng zijn. Of egoïstisch. Maar voor mij zijn grenzen net het kompas van wie je bent.
Niet iets wat anderen buiten houdt, maar iets wat jou op koers houdt.
De weg en de berm
Ik stel me grenzen graag voor als de afbakening van de weg. Niet als betonmuren, maar als zachte randen langs een pad. Wanneer je op de weg blijft, voel je richting. Focus. Doorgang.
Maar als je keer op keer over je grens gaat? Dan rij je jezelf vast. In de berm. In het veld. Of met je wielen diep in de modder.
Niet omdat je fout bent, maar omdat je je bestemming even kwijt bent geraakt. En er is geen GPS die je dat vertelt. Alleen je lijf. En je gemoed.
Zoals Jeroen
Jeroen is zo iemand. Briljant brein.
Hij had een innovatief bedrijf opgericht naast zijn dagjob. Het werd een succes. Maar ook een molen die niet meer stilviel. Hij sliep amper nog. Ging door op wilskracht. En dat werkte … even.
Tot de vermoeidheid hem inhaalde. Zijn beslissingen verslechterden. Conflicten doken op. En hij voelde zich steeds verder afdrijven van zichzelf.
Samen brachten we zijn prioriteiten in kaart. Wat bleek? Rust, het opladen van zijn creatieve geest, was niet minder belangrijk dan zijn product of marketing.
Toen hij die grens erkende, veranderde er iets. Hij kon weer denken. Samenwerken. En lachen. Niet omdat hij minder werkte, maar omdat hij weer juist werkte.
Of Elise
Elise is moeder van twee jonge kinderen.
Ze houdt van hen met heel haar hart. Maar soms… is het gewoon te veel. Op drukke dagen komt alles samen. Het huishouden, het werk, het gekibbel tussen de kinderen.
Ze probeert sterk te blijven. Tot het breekt. En dan schreeuwt ze. Huilt. Of sluit zich af. Daarna volgt schaamte en vaak enorm veel schuldgevoel.
Ze vertelde me: “Ik voel me een slechte moeder.” Maar ze ís geen slechte moeder. Ze was gewoon over haar grens.
We gebruikten het stoplichtmodel. Niet om haar gedrag te beoordelen, maar om haar signalen te leren verstaan. Wanneer zit je in groen? Wanneer in oranje? Hoe voelt rood?
Langzaam leerde Elise haar signalen eerder op te merken.
Ze leerde rust inbouwen. Ze leerde hulp vragen. En vooral: ze leerde zichzelf weer als iemand met waarde en grenzen te zien.
Niet ineens
Mensen zeggen vaak: “Ineens was ik razend.”
Of: “Ineens werd het me te veel.”
Maar “ineens” is zelden écht ineens. Het is vaak een aaneenschakeling van genegeerde signalen. Een “nee” die we hebben ingeslikt. Een pauze die we hebben overgeslagen. Een grens die we niet durfden benoemen.
En dan…
En dan, wanneer iemand opnieuw leert luisteren naar hun innerlijke signalen…
Wanneer de weg weer zichtbaar wordt…
Dan zie ik het gebeuren.
Rust. Zicht. Richting.
Niet perfect. Niet altijd.
Maar wel echt.
En van henzelf.
Een kleine oefening, als je wil
Misschien voel jij nu ook dat je iets hebt gemist onderweg.
Een grens. Een seintje. Een ongemak.
Vraag jezelf eens zachtjes af: •
- Waar voel ik ruimte?
- Waar voel ik weerstand?
- En: wat zou het betekenen als ik dat serieus nam?
Grenzen zijn niet de vijand. Ze zijn de rand van wat klopt.
En wie die rand leert voelen, weet opnieuw waar hij of zij naartoe mag.