Vorige week vroeg mijn zoon of ik een post-it wilde ophangen. Hij was vergeten zijn hockeytas klaar te maken en wilde er de volgende ochtend zeker aan denken.
Ik koos voor een andere oplossing. Ik haalde zijn hockeytas van de haak en zette die tegen zijn stoel aan de ontbijttafel. De volgende ochtend kon hij onmogelijk gaan zitten zonder die tas eerst vast te nemen of te verplaatsen.
Ik hou van dat soort oplossingen. Je hoeft er nauwelijks iets voor te onthouden en toch wordt de kans dat je iets vergeet een stuk kleiner. In mijn vorige job als Lean consultant hadden we daar zelfs een naam voor: poka-yoke.
Je moet bijna je best doen om het fout te doen
Poka-yoke is een Japans begrip uit Lean manufacturing. Het betekent dat je een proces zo inricht dat fouten worden voorkomen of meteen opvallen. Ik vertaal het graag als: je moet bijna je best doen om het fout te doen. Denk aan een stekker die maar op één manier in een aansluiting past. Of een machine die pas kan starten wanneer de veiligheidsdeur gesloten is.
En dus ook aan een hockeytas die in de weg staat wanneer je wilt ontbijten.
Het is een principe dat ik graag gebruik, ook bij ADHD. Want als je weet dat je gemakkelijk iets vergeet, waarom zou je dan alleen proberen om beter te onthouden? Je kunt ook kijken hoe je de kans op vergeten kleiner maakt.
Waarom vergeet je zoveel als je ADHD hebt?
Je loopt naar de keuken en weet plots niet meer wat je daar kwam doen. Je krijgt drie dingen gevraagd en onthoudt er twee. Je legt je sleutels ergens neer en kunt ze vijf minuten later nergens meer vinden. Of je bent een mail aan het schrijven, iemand stelt je een vraag en wanneer je weer naar je scherm kijkt, moet je even nadenken waar je mee bezig was.
Dat overkomt iedereen weleens. Bij ADHD kan het vaker gebeuren, onder andere doordat aandacht en werkgeheugen anders functioneren.
Je geheugen kan pas iets bewaren als je de informatie ook hebt opgenomen. Wanneer je je sleutels gedachteloos ergens neerlegt, heb je misschien nauwelijks aandacht besteed aan de plaats waar je ze achterliet. Dan is het achteraf niet zo vreemd dat je ze niet meteen terugvindt.
Daarnaast gebruiken we ons werkgeheugen om informatie tijdelijk vast te houden terwijl we ergens mee bezig zijn. Je kunt het vergelijken met een klein kladblok in je hoofd. Daarop houd je bijvoorbeeld de stappen van een opdracht bij, of wat je van plan was te doen voordat iemand je onderbrak. Bij mensen met ADHD kan dat kladblok sneller overbelast raken, zeker wanneer er veel tegelijk gebeurt.
En dan zijn er nog de dingen die je later wilt doen. Je weet perfect dat je iemand moet terugbellen of iets moet meenemen. Alleen moet die gedachte op het juiste moment opnieuw opduiken. En dat gebeurt niet altijd.
Dat betekent overigens niet dat mensen met ADHD per definitie een slecht geheugen hebben. Vaak speelt vooral mee hoeveel aandacht, overzicht en mentale ruimte er op een bepaald moment beschikbaar zijn.
David Allen, bekend van Getting Things Done, schreef jaren geleden al dat ons hoofd bedoeld is om ideeën te hebben, niet om ze allemaal te bewaren. En daar heeft hij een punt. Niemand is gemaakt om voortdurend alle afspraken, boodschappen, losse gedachten en toekomstige taken in zijn hoofd bij te houden.
Dat geldt voor iedereen. Alleen kan het bij ADHD nog wat sneller mislopen wanneer je toch probeert alles zelf te onthouden.
En misschien mogen we onszelf dus wat minder verwijten dat we dingen vergeten, en wat vaker nadenken over hoe we ons geheugen kunnen ontlasten.
Wanneer vergeten aan je zelfbeeld begint te knagen
Een vergeten boodschap, de zoveelste keer je sleutels zoeken of ze aan de buitenkant van de voordeur laten zitten (yup, guilty as charged), een afspraak bijna missen: op zichzelf lijken het kleine dingen. Maar als het vaak gebeurt, kunnen de reacties behoorlijk doorwegen. ‘Waarom schrijf je het niet op?’, ‘Waarom gebruik je geen agenda?’, ‘Waarom kun je daar nu nog altijd niet aan denken?’ Op zich goede vragen; die je jezelf dan ook vaak stelt.
In mijn praktijk ontmoet ik regelmatig mensen die al heel wat hulpmiddelen hebben geprobeerd. Agenda’s, planners, lijstjes, apps en herinneringen. Soms werkt iets een tijdje fantastisch, om daarna langzaam uit beeld te verdwijnen.
Dan hoor ik weleens: ‘Zelfs een planner die speciaal voor mensen met ADHD gemaakt is, kan ik niet volhouden.‘ Alsof dat het bewijs is dat ze wel een bijzonder ernstig geval moeten zijn.
Terwijl ik me dan vooral afvraag wat die planner aanvankelijk zo bruikbaar maakte. Wat veranderde er? En wat zou vandaag beter kunnen helpen Want uiteindelijk was het doel toch om minder te vergeten? De planner was één mogelijke manier om dat te bereiken.
Maak het moeilijk om iets te vergeten
Terug naar de hockeytas. Mijn zoon had zelf voorgesteld om een post-it op te hangen. Dat had best kunnen werken, maar dan moest hij het briefje de volgende ochtend ook opmerken. En mijn zoon kennende, die ’s morgens op automatische piloot naar de ontbijttafel wandelt, zou dat al een hele prestatie zijn geweest. 🙂
Door de tas tegen zijn stoel te zetten, kwam de herinnering vanzelf op zijn pad. Precies op het moment dat hij ze nodig had.
Je kunt hetzelfde principe op heel wat manieren toepassen. Leg iets wat je moet meenemen op een plaats waar je sowieso langskomt. Zorg dat belangrijke spullen opvallen wanneer je ze nodig hebt. Of stel een herinnering in die verschijnt op het moment dat je daadwerkelijk iets kunt doen.
Dat laatste is belangrijk. Een melding om tien uur ’s morgens dat je ’s avonds iets moet meenemen, helpt misschien weinig als je die gedachte tegen de avond alweer kwijt bent.
Ook zichtbare geheugensteuntjes werken niet altijd even goed. Een briefje dat wekenlang op dezelfde plaats hangt, wordt op den duur een deel van de achtergrond. Je ziet het nog wel, maar het trekt je aandacht niet meer. Zo zag ik vanochtend een post-it op de spiegel van mijn dochter hangen met de boodschap dat ze haar zonnecrème niet mocht vergeten. Die hangt daar precies al een tijdje, dacht ik.
En het leuke is dat je er best wat creativiteit en fun in mag steken. Als je begint na te denken over hoe je iets bijna onmogelijk kunt maken om te vergeten, kom je soms op verrassend grappige oplossingen.
En geef toe: als je graag nieuwe dingen bedenkt, is het toch veel leuker om iets geks te verzinnen dan alweer een brave post-it op de deur te plakken? 🙂
Een systeem mag veranderen
Er bestaan heel wat hulpmiddelen om minder te vergeten. Een agenda, een planner, een vaste plek voor je sleutels, een checklist, automatische herinneringen of een routine die je helpt om niets over het hoofd te zien.
Wat voor de ene persoon uitstekend werkt, kan voor iemand anders omslachtig of vermoeiend zijn. En wat vandaag helpt, hoeft over drie maanden niet meer de beste oplossing te zijn. Dat vind ik eigenlijk heel logisch. In Lean is een werkwijze ook geen onaantastbaar eindpunt. Je kijkt of ze nog bijdraagt aan het doel en past ze aan wanneer dat nodig is.
Misschien werkt een papieren agenda voor jou fantastisch. Misschien heb je liever digitale herinneringen. Of misschien helpt die agenda je in oktober en merk je in november dat je behoefte hebt aan iets anders.
Een systeem dat drie weken goed heeft gewerkt, heeft je drie weken geholpen. Dat resultaat verdwijnt niet omdat je daarna een andere aanpak kiest.
Natuurlijk kan het ook zinvol zijn om een bestaande routine wat bij te sturen. Steeds opnieuw iets nieuws bedenken kost tenslotte ook energie. Maar je hoeft jezelf niet vast te zetten in een methode die niet meer bij je past.
Wat zou jou helpen om minder te vergeten?
Misschien heb je al een agenda, verschillende lijstjes en een telefoon vol herinneringen. Misschien ben je het beu om telkens opnieuw te proberen alles beter te organiseren. Dan zou ik eens beginnen bij één concrete situatie waarin je regelmatig iets vergeet.
Wanneer gebeurt het? Wat ben je op dat moment aan het doen? En hoe zou je die situatie zo kunnen inrichten dat je minder op je geheugen hoeft te vertrouwen?
Soms is de oplossing een herinnering, een vaste plek voor je spullen of een slimme ingreep waardoor je bijna niet meer om de taak heen kunt.
En soms is het gewoon een hockeytas die op een bijzonder onhandige plaats staat.
Als je daardoor de volgende ochtend wél aan je tas denkt, heeft die oplossing precies gedaan wat ze moest doen.