Waarom je niet elke dag 120 moet rijden
Begin deze maand schreef ik over het verschil tussen luisteren naar je agenda en luisteren naar je energie. Dat lijkt vreemd (I know), maar in mijn praktijk merk ik op dat mensen vaak proberen te functioneren op basis van wat gepland staat, in plaats van op basis van wat hun systeem op dat moment werkelijk aankan. Lastig wanneer blijkt dat je dat doet. En dan? Wat doe je wanneer je bij jezelf een verschil opmerkt? Soms hoor ik dan dingen als “Ja maar, ik kan toch niet mijn leven leiden door enkel te doen waar ik zin in heb?” Ze denken dat ik met energie volgen bedoel dat je elke vorm van weerstand moet vermijden of dat je bij de eerste vermoeidheid meteen rust moet nemen. Nope. Dat zie ik anders.
Mensen die hun energie volgen kiezen niet noodzakelijk altijd de gemakkelijkste weg. Soms moet er ook even doorgezet worden,… Want sommige taken moeten nu eenmaal gebeuren. De boekhouding maakt zichzelf niet in orde, verslagen schrijven is niet altijd even leuk en kinderen blijken nog steeds irritant weinig rekening te houden met het energieniveau van hun ouders. Waar het wel over gaat, is dat je leert opmerken wat je systeem nodig heeft en daar vervolgens zo goed mogelijk op afstemt. En dat begint meestal veel kleiner dan mensen denken.
De kracht van even stoppen
Een van de meest helpende gewoontes die ik ken, kost nauwelijks tijd. Een minuutje stoppen. Wanneer ik merk dat ik begin uit te stellen, van taak naar taak spring of mij verlies in allerlei kleine bezigheden, probeer ik af en toe letterlijk een minuut stil te vallen en opmerken wat er in mij omgaat.
- Hoe voel ik mij?
- Hoeveel energie heb ik?
- En wat heb ik op dit moment eigenlijk nodig?
Dat lijken eenvoudige vragen, maar ik merk in coaching telkens opnieuw hoeveel verschil ze maken. Zo even stilstaan maakt het mogelijk om opnieuw contact maken met jezelf voordat je automatisch verdergaat op hetzelfde spoor.
Niet elke vermoeidheid vraagt rust
Vermoeidheid betekent niet altijd hetzelfde. Soms ben je moe omdat je al weken te veel doet en te weinig herstelt. Soms ben je moe omdat je al te lang bezig bent met dingen die energie vragen, zonder voldoende ruimte te maken voor dingen die energie geven. En soms ben je niet eens moe, maar eerder onderprikkeld, waardoor alles zwaar begint aan te voelen en je steeds moeilijker in beweging komt. Dat verschil is belangrijk, omdat het bepaalt wat je nodig hebt.
Er zijn momenten waarop ik ervan overtuigd ben dat ik dringend in de zetel moet gaan liggen. Wanneer ik dan bij mezelf incheck, blijkt dat niet altijd te kloppen. Dan blijkt dat ik helemaal geen rust nodig heb, maar dringend iets leuks moet gaan doen. Een wandeling., koekjes bakken, kinderen knuffelen, bijkletsen met een vriendin….
Het omgekeerde gebeurt ook. Soms denk ik dat ik nog wel uren kan doorgaan, terwijl mijn lichaam eigenlijk al een tijd probeert duidelijk te maken dat het genoeg is geweest.
Daarom vind ik het zo belangrijk om energie niet te verwarren met zin hebben. Energie volgen betekent niet dat je elke impuls volgt. Het betekent dat je probeert te begrijpen welke behoefte er onder die impuls zit.
Ik heb dat zelf ook regelmatig. Er zijn momenten waarop ik denk dat ik beter thuis blijf, terwijl ik achteraf ontzettend blij ben dat ik toch naar die vriendin ben gegaan. Gewoon, omdat ik mijn energieniveau verkeerd had ingeschat. Wat ik op dat moment nodig had, was niet minder prikkels, maar de juiste prikkels.
Zoek niet naar de perfecte techniek
Misschien is dat ook waarom ik zo weinig geloof in universele energietips. Wat voor de ene persoon werkt, werkt niet noodzakelijk voor de andere. Zo heb ik bijvoorbeeld jarenlang geprobeerd om te mediteren omdat iedereen zei dat het zo goed voor je was. ondertussen weet ik het volgende: mediteren op een matje vind ik helemaal… niet fijn. Wat voor mij wel werkt, is wandelen zonder podcast of muziek, terwijl ik aandacht geef aan wat ik zie, hoor en voel. Dat brengt mij veel sneller terug naar mezelf dan twintig minuten op een kussen zitten. De les die ik daaruit heb meegenomen, is eenvoudig: je hoeft niet te ontdekken wat werkt voor iedereen. Je hoeft alleen te ontdekken wat werkt voor jou. (OEF!)
Wat kun je wel?
Soms is het niet mogelijk om de regie over je energiereserve te volledig te houden: Het is warm, je hebt slecht geslapen, je kind is ziek, je agenda staat voller dan je zou willen,… we kunnen dit zien als feiten. Maar binnen die feiten zit vaak meer ruimte dan we denken.
Vorige week was het uitzonderlijk warm, en jammer genoeg kan ik temperatuur niet veranderen. Wat ik wel kon beslissen was om bepaalde taken naar een koeler moment van de dag te verschuiven. Ik koos ervoor om wat vroeger te stoppen. Ik kan kijken welke taken echt belangrijk zijn en welke gerust nog een dag mogen wachten.
Dat lijkt een klein verschil, maar het verandert veel. Niet omdat er plots meer energie verschijnt, maar omdat je stopt met vechten tegen omstandigheden die er toch zijn.
De vraag is niet altijd hoe je meer energie krijgt. Soms is de vraag: wat ligt vandaag binnen mijn mogelijkheden?
Niet elke dag vraagt dezelfde snelheid
Misschien kun je het zien als een verkeersbord dat de snelheid aangeeft. Dit zegt niet dat je altijd traag moet rijden en ook niet dat je altijd snel moet rijden. Het geeft informatie over de omstandigheden. In een schoolomgeving rij je anders dan op een snelweg. Niemand ervaart dat als falen. Het zou vreemd zijn te denken dat je tekortschiet omdat je ergens maar dertig mag rijden. Toch zijn we vaak veel strenger voor onszelf. We verwachten dat we elke dag dezelfde snelheid aankunnen, ongeacht hoeveel er al gebeurd is, hoe goed we geslapen hebben of hoeveel energie er nog in de tank zit.
Energie volgen betekent niet dat je altijd gas terugneemt. Soms is het net tijd om te versnellen. Maar het betekent wel dat je leert kijken naar de omstandigheden en je tempo daarop afstemt.
Niet elke dag vraagt dezelfde snelheid. En misschien is dat uiteindelijk de essentie van energiemanagement. Niet harder duwen, niet jezelf voortdurend corrigeren en niet proberen functioneren alsof elke dag identiek is. Wel leren herkennen wanneer het tijd is om gas te geven, en wanneer het verstandiger is om even van het gaspedaal te gaan.
